
Home | Hutch | Stamboom | Rasstandaard | Foto's | Uitstapjes| Resultaten | Gastenboek | Updates | Contact| Links
| Dekkingen | Fotoshoot |
Rasstandaard Nova Scotia Duck Tolling Retriever Rasgroep 8, Retrievers en Waterhonden FCI nr. 312 Land van herkomst: Canada, Nova Scotia Totale verschijning De Toller is een middelmatige grote, krachtige, compacte, goed in balans zijnde en goed gespierde hond; middelmatig tot zwaar in bone, met een hoge mate van werklust, oplettendheid en vasthoudendheid. Veel Tollers hebben een enigszins droevige uitdrukking die veranderd in een uitdrukking van intense concentrarie en opwinding wanneer ze werken. Tijdens het werken is de hond snel, waarbij het hoofd bijna op lijn met de rug gedragen wordt en de zwaar bevederde staart steeds in beweging is.
De Toller is een zeer intelligente, makkelijk te trainen hond met een groot uithoudingsvermogen. Hij is een sterke, bekwame zwemmer en een natuurlijke en vasthoudende apporteur op het land en uit het water, zichzelf opmakend voor snelle actie als maar de kleinste indicatie gegeven wordt dat apporteren verwacht wordt. Zijn sterke wil om te apporteren en zijn speelsheid zijn essentieel voor zijn "tolling"eigenschap.
Schedel De brede schedel is iets afgerond, het achterhoofdsbeen is niet dominant aanwezig, de wangen zijn vlak. Een goede maat voor een gemiddelde reu is 14 cm tussen de oren, toelopend tot 3,8 cm bij de neusrug. De lengte van het hoofd is ongeveer 23 cm van de neusspiegel tot achterhoofdsbeen, maar het hoofd moet in verhouding zijn met de lichaamsgrootte.
Gemiddeld Neus Loopt taps toe vanaf de aanzet van het neusbeen tot de punt, de neusgaten zijn goed geopend. De kleur moet overeenkomen met die van de vacht, of zwart zijn. Voorsnuit Taps toelopend van de stop naar de neus, met een sterke maar niet prominente onderkaak. De onderbelijning van de snuit loopt bijna in een rechte lijn van de hoek van de lip naar de hoek van het kraakbeen, waarbij de diepte bij de stop groter is dan bij de neus. De beharing op de snuit is kort en fijn. Lippen De lippen sluiten behoorlijk goed af, waarbij ze een zachte ronding in het profiel geven, zonder zwaar te zijn. Kaken/Gebit Sterk genoeg om een vogel van aanzienlijke omvang te kunnen dragen en zachtheid in de bek is essentieel. Het correcte gebit is scharend, met alle tanden en kiezen aanwezig. Ogen Staan goed uit elkaar, ze zijn bijna rond van vorm en middelmatig groot. De kleur varieert van amber tot bruin. De uitdrukking is vriendelijk, alert en intelligent. Oogranden moeten dezelfde kleur hebben als de lippen. Oren Driehoekig, middelmatig groot, hoog aangezet en ver genoeg achter op de schedel, met de basis iets omhoog gedragen, goed bevederd aan de achterzijde, met kort haar op de ronde punten. Hals Sterk gespierd en goed aangezet, van middelmatige lengte, zonder zichtbare keelhuid. Bovenbelijning Recht Rug Kort en recht Lenden Sterk en gespierd Borst Diep, borstkast die tot de elleboog reikt. Ribben goed gebogen, niet rond, nog vlak.
Matig opgetrokken Staart De natuurlijke zeer lichte helling van het kruis vlogned, breed aan de basis, weelderig en sterk bevederd, waarbij de laatste wervel minimaal het spronggewricht moet halen. De staart mag lager dan de ruglijn gedragenworden, behalve wanneer de hond alert is; in dat geval moet hij hoog gedragen zijn, maar nooit de rug rakend. Voorhand Voorbenen moeten eruitzien als evenwijdige pilaren; recht en sterk van bot. Schouders Schouders moeten gespierd, met de bladen goed naar achter liggend en aangezet om een goede "schoft" te geven die in de korte rug helt. Het schouderblad en de opperarm zijn ongeveer gelijk van lengte. Ellebogen Ellebogen dicht tegen het lichaam, niet naar buiten of naar binnen draaiend, netjes en gelijkmatig werkend. Voormiddenvoet Sterk en licht hellend Voorvoeten Sterk (van vliezen voorzien) en middelmatig groot, dicht en rond, met goed gewelfde tenen en dikke voetzolen. Hubertusklauwen zijn misschien verwijderd. Achterhand Gespierd, breed en vierkant in verschijning. Achterhand- en voorhandhoekingen dienen in balans te zijn. Dijen erg gespierd, onder- en bovenkant van ongeveer gelijke lengte.
Zeer gespierd Knieën Goed gehoekt Sprongen Voldoende laag, niet naar binnen of buiten draaiend. Hubertusklauwen dienen niet aanwezig te zijn. Achtervoeten Als voorvoeten Gang/Beweging De Toller combineerdt een indruk van kracht met een elastisch, zwierig gangwerk, goed naar voren reikend en een sterke stuwkracht van de achterhand. Voeten mogen niet naar buiten of binnen draaien en de benen bewegen in een rechte lijn. Als de snelheid toeneemt, meot de hond enkelspoors gaan lopen, waarbij de bovenbelijning recht blijft. Haar De Toller is gefokt om te apporteren uit ijskoud water en moet een waterafstotende dubbele vacht van middelmatige lengte en zachtheid hebben met een zachtere, dichte onderbeharing. Deze vacht mag enigszinds golvend zijn op de rug, maar is verder steil. Tijdens sommige winters kunnen lange losse krullen bij de keel ontstaan. De bevedering is zacht bij de keel, achter de oren en aan de achterzijde van de achterbenen, aan de voorbenen matig bevederd. Kleur De kleur mag variëren van rood of oranje met lichtere bevedering aan de onderzijde van de staart en gewoonlijk minstens een van de volgende witte markeringen: staartpunt, benen (niet boven de hakken), borst en bles. Een hond met verder goede kwaliteiten mag niet worden gestrafd voor een gebrek aan wit. Het pigment van de neus, lippen en oogranden moet vleeskleurig zijn en bij de vacht passen, of zwart zijn.
Ideale schofthoogte voor reuen boven de 18 maanden 48-51 cm, voor teven boven de 18 maanden 45-48 cm afwijkingen van de ideale hoogte naar boven en beneden tot 2,5 cm is toegestaan. Gewicht Moet in verhoudingen zijn met de hoogte en het bone van de hond. Richtlijnen: 20-23 kg voor volwassen reuen, 17-19 kg voor volwassen teven. Fouten Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in de juiste verhoudingen staan tot de mate waarin de fout zich voordoet en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond. Elke hond die duidelijke lichamelijke of gedragsmatige afwijkingen vertoont, moet worden gediskwalificeerd. Holle neus; Abrupte stop; Helder roze neus; Neus, oogranden en ogen niet van de voorgeschreven kleur; Bovenvoorbijter; Grote, ronde ogen; Karperrug; Zadelrug; Slappe lendenen; Staart gedragen onder de lijn van de rug tijdens het gaan; Staart te kort, geknikt of gekruld en de rug rakend; Sprong naar beneden hangend; Spreidvoeten of papieren voeten; Open vacht; Tekort aan substantie in volwassen hond; Honden meer dan 2,5 cm boven of onder de ideale maat. Diskwalificerende fouten Gebrek aan zwemvliezen; Ondervoorbijter; Hanglippen; In volwassen klasse elke vorm van verlegenheid; Vlinderneus; Bovenbeet van meer de 3 mm; Kruisend gebit; Wit op de schouders, rond de oren, achter op de nek, op rug of flanken; Zilverkleurige vacht, grijs in de vacht; zwarte gedeelte in de vacht; Iedere andere kleur dan rode of oranje tinten; Bij volwassen honden elke vorm van schuwheid. Opmerking Reuen moeten twee normaal gevormde teelballen bezitten, die volledig in de balzak zijn ingedaald.
|